MENSEN

Kroegtijgers van de Zeedijk 

‘Zoiets vergeet je nooit meer!’

Iedereen weet het: de Zeedijk is een dorpje. Maar wel een dorpje met méérdere dorpskroegen. Tweede huiskamers dikwijls, waar vaste kroegtijgers elkaar al jarenlang treffen en soms mijmeren over voorbije tijden, verdwenen drankhuizen en kleurrijke mededrinkers. ‘De kastelein is de lijm die ons verbindt.’

Doe mij maar een Opeltje’, zei de man aan de toog. Barman Koos kende de cryptische omschrijving op zijn duimpje: flesje tonic, borreltje ernaast. Met het vorderen der uren slonk de inhoud van de kelkjes steeds sneller en stond het frisdrankje er wat zieligjes bij.
In proeflokaal De Ooievaar, op de hoek van Zeedijk/Sint Olofspoort, schenken ze allang geen Opeltje meer. Hans Mensink, meer dan dértig jaar stamgast in de straat, is sinds mensenheugenis overgestapt op de witte wijn. Zijn eerste stappen op De Dijk zette hij in de Rode Baron, nu De Roode Laars. ‘Ik weet het nog precies, het was op de opening.’

Maestro
Voor Hans werd de Baron het opstapje naar méér Zeedijk. Hij werd ook een van de ‘vaste jongens’ bij de overbuur: Marijke Verhoeff. Op het raam prijkte daar café-kat Maestro in een logo. Een kat die nog weleens tot ‘kwesties’ kon leiden, weten oude klanten. Ooit kwamen er twee sjieke mevrouwen binnen. Terwijl Maestro langs hun benen streek, schoten ze in de lach. ‘En nu er uit!’, riep een verbolgen Marijke. ‘Ik laat hier, in m’n eigen zaak, mijn kat niet belachelijk maken!’
Nee, Marijke was niet voor de poes. Hans: ‘Maar wel uniek. Mensen spreken nog altijd over haar als een instituut. Terwijl ze er maar tien jaar achter de bar heeft gestaan.’ Het lijkt veel langer …
Verhoeff was ook een café van bijnamen. ‘Ik heb lang niet geweten hoe Hans echt heette’, bekent een oude bargenote. ‘Voor ons was hij Hans Opel (hij had een garagebedrijf in de Jordaan) of Hans Pinda. Want hij hield toen wel van een nootje.’
Zo waren er wel meer vaste klanten die men alleen kende onder haar of zijn cafénaam. Frans ‘Delta Lloyd’ – daar werkte hij immers – kreeg er ook nog een tweede bij: Frans Filosoof. Na zijn pensioen startte hij met een studie filosofie. Vandaar.

Canta
Hans heeft veel ouwe gabbers het tijdige voor het eeuwige zien verlaten. Mooie, maar ook melancholische herinneringen. ‘Rein met zijn accordeon, die samen met zijn oude maatje Jan het vleesafval bij slagerij Vet afhaalde om daar de zwerfkatjes op het braakliggende terrein van de Olofskapel mee te voeren.’
Ze bestaan alleen nog in de verhalen. Ook in die van mede-Zeedijknestor Bert Koster: ‘Ik kwam hier op mijn 44ste en ben nu 76, reken maar uit.’ Oude Jan, weet ook hij, nam het niet zo nauw met de properheid. ‘Als ik alleen nog aan die broek van hem denk. Daar kon je soep van koken.’ Maar ze hoorden er bij, de mannen.
Zoals ook de Oude Dame die, elke zaterdag, met haar Canta De Dijk ‘op scheurde’. Vaste stek: Verhoeff. Vaste parkeerplek: het trottoir van De Kletskop. Bij één portje bleef het zelden en bij vertrek werd ze, toch al wat wankel ter been, steevast ondersteund door de vaste ‘jongens en meisjes’ van Kletskop, Baron en/of Verhoeff. ‘We hielden telkens ons hart vast als ze vol gas gaf.’ Waarom Hans en Bert nog altijd hun loopje op De Dijk hebben? Koster: ‘Je hebt iets met iets of je hebt het niet.’ De onderlinge loyaliteit, het ‘blind’ ergens binnen kunnen lopen – ‘liefst allemaal tegelijk’ – en altijd wel een bekende treffen. Misschien was en is het dat wel. De Dijk is ook een straat vol anekdotes en emoties. ‘Ik weet nog goed dat ik Verhoeff binnenliep en ineens de stem van mijn vader, die net was overleden, hoorde. Een van zijn liedjes, op een verzamel-cd. Ik schoot vol. Later, toen Marijke vertrok, heeft Bob Nasse (ook wel Bob Nasi genoemd) dat plaatje voor me uit de cd-collectie gevist.’
Men kwam natuurlijk ook voor de kleurrijke karakters en kasteleins als de legendarische Padre Kim, die zijn ‘dienst’ steevast begon met Ein Komischer Schnapps en dikwijls, na een poosje, eventjes weg moest voor een pakje sigaretten. Dat eventjes kon uren duren. De vaste klanten hielden de wacht.

Eigen stek
De straat is veranderd. Oude stekjes als Oost-West en De Barderij zijn opgeslokt door oprukkende Egyptische horeca-ondernemers en hun toeristische eet- en drinkgelegenheden. Populaire gay-cafés als De Engel zijn ter ziele, al trekt The Queens Head nog altijd een vaste schare fans. En café ’t Mandje heeft de deuren gesloten in afwachting van een nieuwe uitbater. Dat doet pijn.
Gelukkig zijn er nog voldoende kroegjes met die echte Zeedijkuitstraling: De Ooievaar, In ’t Aepjen, De Kletskop, De Roode Laars, Zilt, nieuwkomer/ theatercafé Mascini. Zo blijft het loopje er in. De één houdt het bij het stukje ‘dorp’ aan de CS-zijde; de ander loopt ook richting Nieuwmarkt, waar horecabegrippen als Dijk 120, de Zeemeeuw en De Zon zetelen.
Zo heeft iedereen er zijn eigen stek.

In de boeien
Sylvia Masseus wandelde, begin 1991, voor het eerst binnen bij De Kletskop van ‘Zeedijkpionier’ Jan Ott. ‘Zelf vond ik de straat, in het begin, nog niet echt geinig. Maar ik kwam toch steeds vaker. De Kletskop was toen echt een hangout van politiemannen, advocaten en, later, ook steeds meer artiesten. Je hoorde er dikwijls de meest wilde verhalen.’
Ondertussen is ze verhuisd naar overbuur De Roode Laars. ‘Jan was toch de lijm die ons bij elkaar hield.’ De Laars is ook zo’n ‘ons-kent-ons’café waar vriendschappen geboren worden en iedereen elkaar bij naam kent: Bruno, Anand, Sylvia, Mattijs, Miranda Frijda. De laatste kwam al met haar ouders op De Dijk. Toen ze, 35 jaar oud, terug naar de Nieuwmarkt verhuisde, kende de horeca al snel geen geheimen meer voor haar: Bloem, San Francisco, De Waag met het rode pluche, Foxy waar je – als je niet oplette – ineens in de boeien aan de cafépilaren geketend kon worden.
‘Zelf heb ik nog een poosje in ’t Beugeltje gewerkt. Nu is daar De Kroegtijger. Daar gooide ineens iemand, door het open raam, handenvol munten naar binnen.’ Altijd was er wat te beleven. Mede-kroegbezoeker Mattijs kwam er ook al aan het handje van zijn vader. ‘En nu komt mijn dochter hier ook.’ Drie generaties Dijkers. ‘Ik ben er zelf een beetje ingerold door mee te helpen bij allerlei activiteiten. Vlaggen ophangen, klussen doen op Hartjesdagen.’

Sint Barbara
Samen met vaste jongens, zoals knuffelspeelgoedman Bruno Jonker en buurtregelaar- bij-uitstek Anand Houtman, is gabber Willem Meijer een bijna dagelijks gezicht op de Zeedijk.
Meijer reed al in 1991 door de buurt, waar hij als ICOVA-chauffeur overal het restaurantafval inzamelde. Inmiddels runt hij zijn eigen bedrijf: W. Meijer bedrijfsauto BV. ‘Als ik een goede deal wil vieren dan doe ik dat hier. Wat mij trekt zijn al die aparte, wonderlijke, mensen. Ooit had je hier een hele bekende zwerver. Als hij langs Dijk 120 liep en Hazes hoorde, zong hij mee. Naar binnen mocht hij niet, maar op straat dronk hij weleens wat. Kreeg hij een bekeuring. Die heb ik toen voor hem betaald, want het was een aardige jongen. Nee, hij is er allang niet meer. Hij ligt op Sint Barbara.’

De meest onverwachte dingen heeft Meijer meegemaakt. ‘Bij Dijk 120 zat eens een keurig stel aan een tafeltje. Ineens kleedde de vrouw zich, na wat drankjes, compleet uit en begon een liedje te zingen. Dat is toch gekkigheid. Zoiets vergeet je nooit meer.’

TEKST: CORRIE VERKERK
FOTO: RENÉ LOUMAN

Meer nieuws